Koopgids 6 min lezen ·

Welke 3D-printer kies je?

FDM of resin, groot of compact, open of gesloten, een of meer kleuren: zo kies je een 3D-printer die past bij wat je wilt maken.

Kort antwoord: Kies eerst het soort printer: FDM (filament) voor de meeste dingen die je thuis wilt maken, resin voor kleine, fijne details. Kijk daarna naar het bouwvolume, of je een gesloten behuizing nodig hebt en of je meer dan één kleur wilt printen. Wil je alleen beginnen, dan is een kant-en-klare printer met automatisch nivelleren het makkelijkst.

Een 3D-printer bouwt een voorwerp laag voor laag op. Hoe hij dat doet, hoe groot het voorwerp mag zijn en welk materiaal je gebruikt, verschilt per type. Hieronder staan de keuzes die het meeste uitmaken. Nozzla test geen printers; de feiten komen van wat fabrikanten opgeven.

FDM of resin

Een FDM-printer smelt kunststofdraad (filament) en spuit die laag voor laag uit een nozzle. Dat is het type dat de meeste mensen bedoelen met een 3D-printer. Het filament is er in veel materialen en kleuren, de voorwerpen mogen groot zijn en je hebt weinig gedoe met nabewerking.

Een resinprinter hardt vloeibare hars uit met UV-licht. Bij de gewone modellen schijnt dat licht door een lcd-scherm, waardoor een hele laag in één keer uithardt. Je krijgt zeer fijne details en een gladde ondergrond, daarom is resin populair voor miniaturen, sieraden en kleine modellen. De prijs daarvoor is meer werk: een geprint voorwerp moet worden gewassen (in isopropanol, of met water bij water-uitwasbare resin) en nagehard onder UV-licht.

Een FDM-printer legt gesmolten filament laag voor laag neer.

Resin is irriterend voor de huid en ruikt sterk. Fabrikanten raden aan nitrilhandschoenen te dragen, in een geventileerde ruimte te werken en resin en afval te behandelen zoals het veiligheidsblad voorschrijft. Heb je kinderen of huisdieren in huis of weinig ruimte om te ventileren, houd daar dan rekening mee.

Een resinprinter hardt een hele laag vloeibare hars tegelijk uit met UV-licht.

Bouwvolume

Het bouwvolume is de ruimte waarin een voorwerp past, in lengte × breedte × hoogte in millimeters. Fabrikanten geven het op, vaak ook in de productnaam. Compacte FDM-printers hebben ongeveer 180 mm in elke richting, zoals de Bambu Lab A1 mini met 180 × 180 × 180 mm. Veel printers voor thuis zitten rond 220 tot 256 mm, en grote modellen gaan naar 350 mm of meer, zoals de Anycubic Kobra S1 Max Combo met 350 × 350 × 350 mm.

Een groter volume is geen vanzelfsprekende winst. De printer wordt groter, zwaarder en duurder en een grote print kost veel filament en uren. Vraag je af wat het grootste voorwerp is dat je wilt maken. Kleinere onderdelen kun je vaak in delen printen en lijmen.

Resinprinters hebben veel kleinere bouwvolumes. De Elegoo Mars 5 Ultra noemt 153 × 78 × 165 mm en de Elegoo Saturn 4 Ultra 16K 211 × 118 × 220 mm. Een groot bouwvolume vind je daar zelden, en het is niet waar resin goed in is.

Open of gesloten

Een open printer heeft geen wanden of deksel. Dat is goedkoper en je ziet en bereikt alles makkelijk. Een gesloten printer heeft een kap of behuizing, bijvoorbeeld de Bambu Lab P1S of de Elegoo Centauri Carbon 2.

De behuizing houdt de warmte bij elkaar en beschermt tegen tocht. Dat helpt bij materialen die kromtrekken of loslaten als ze afkoelen, zoals ABS en ASA. Het houdt ook handen, kinderen en huisdieren bij bewegende delen vandaan en dempt het geluid een beetje.

Er is ook een keerzijde. Met PLA kan een warme kamer juist problemen geven, omdat het filament te vroeg zacht wordt. Fabrikanten raden daarom soms aan het deksel te openen of de deur open te laten bij PLA. En een behuizing haalt de dampen van ABS en ASA niet vanzelf weg: zet de printer in een geventileerde ruimte. Voor sommige open printers bestaat een losse kap, zoals de behuizing voor de Ender-3 V3 SE.

Meerdere kleuren

Een standaardprinter print met één filament tegelijk. Voor meerdere kleuren zijn er systemen die spoelen automatisch wisselen. Bambu Lab heeft de AMS en een lichtere AMS lite voor de A1-serie, Creality de CFS, Anycubic de ACE Pro en Prusa de MMU3. Sommige printers zoals de Flashforge Creator 5 hebben vier toolheads in plaats van een wisselsysteem.

Meer kleuren betekent meer afval en meer tijd. Bij een wissel moet de oude kleur uit de nozzle worden gespoeld, en dat afval spoel je weg of print je mee. Een toolchanger met meerdere printkoppen verspilt daar minder van.

Let op de naam: een Combo is meestal de printer samen met het meerkleurensysteem, zoals de Bambu Lab A1 Combo met AMS lite. De losse printer en de Combo hebben elk een eigen EAN. Nozzla vergelijkt per uitvoering, zodat je geen prijs van de ene met de andere vergelijkt.

Materialen: PLA, PETG, ABS en TPU

De meeste printers draaien op een paar materialen. Het type bepaalt wat je kunt maken.

  • PLA is het makkelijkste filament. Het smelt bij een lage temperatuur, trekt weinig en geeft mooie prints. Het is niet geschikt voor warme plekken, zoals een auto in de zon, omdat het dan zacht wordt.
  • PETG is taaier dan PLA en kan beter tegen hitte en vocht. Het geeft sneller draadjes tussen delen van je print, dus het vraagt wat meer afstellen.
  • ABS en ASA zijn sterk en hitte- en bij ASA ook UV-bestendig, handig voor buiten. Ze trekken sterk krom bij afkoelen, dus een gesloten printer is aan te raden. De dampen zijn onaangenaam, dus ventileer.
  • TPU is flexibel, zoals rubber. Het print langzamer. Veel fabrikanten raden een printer met direct drive aan; de extruder zit dan vlak bij de nozzle.

Filament neemt vocht op, vooral PETG, TPU en nylon. Een vochtig draad geeft blazen en draadjes in je print. Een filamentdroger lost dat op. Voor gevulde filamenten met koolstofvezel of glasvezel heb je een gehard stalen nozzle nodig, want die slijten een messing nozzle snel.

Filament is er op spoelen van meestal 1 kg, in 1,75 mm (de gangbare dikte).

Beginner of gevorderd

Voor een beginner telt gemak. Zoek een printer die kant-en-klaar is of snel in elkaar zit, automatisch het bed nivelleert, een duidelijk menu of app heeft en waar je makkelijk onderdelen en hulp voor vindt. Slicers, de programma's die je model omzetten naar printinstructies, zijn gratis. Veelgebruikt zijn Bambu Studio, OrcaSlicer, PrusaSlicer en Cura.

Gevorderden letten meer op snelheid, gesloten kamers met verwarming voor technische materialen, grotere volumes en aanpasbaarheid, zoals eigen firmware als Klipper. Hoge snelheden halen kan, maar vraagt om afstellen.

Reken ook op wat er na de printer komt: filament, een vervangende nozzle of bouwplaat, een droger. Veel fabrikanten raden aan een printer niet zonder toezicht te laten draaien, zeker bij hoge temperaturen.

Prijzen vergelijken op Nozzla

Prijzen verschillen per winkel en veranderen. Bij 3D-printers en resinprinters vergelijk je dezelfde uitvoering bij meerdere winkels, met en zonder meerkleurensysteem apart. Let op wat er in de doos zit.

Veelgestelde vragen

Wat is beter, FDM of resin?

Dat hangt af van wat je maakt. FDM past bij de meeste dingen: gebruiksvoorwerpen, onderdelen, grotere modellen. Resin past bij kleine voorwerpen met veel detail, zoals miniaturen, tegen meer nabewerking en voorzichtigheid met de hars.

Heb ik een gesloten printer nodig?

Voor PLA niet. Voor ABS, ASA en andere materialen die kromtrekken is een behuizing een groot voordeel. Een gesloten printer is ook een optie als je geluid wilt dempen of wilt voorkomen dat iemand bij bewegende delen komt.

Welk bouwvolume heb ik nodig?

Kijk naar het grootste voorwerp dat je wilt maken. Rond 220 tot 256 mm is genoeg voor de meeste dingen voor thuis. Past iets niet, dan kun je het vaak in delen printen en lijmen.

Verder kijken

Nozzla test zelf geen machines. Deze gids zet op een rij wat fabrikanten opgeven.

Meer gidsen